Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
9 februari 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, wegens openlijke geweldpleging tegen personen en goederen tijdens ongeregeldheden op het metrostation Van der Madeweg op 1 oktober 2013. De feiten betroffen een aanval door een groep Ajax-supporters op een metro waarin AC Milan-supporters zaten, waarbij de verdachte een supporter met zijn vuist en riem sloeg.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de strafmotivering onvoldoende was omdat de omstandigheden die de strafmotivering moesten dragen niet konden worden ontleend aan de gebruikte bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde dat deze eis niet aan de orde is; het is voldoende dat de omstandigheden ter terechtzitting zijn gebleken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De strafmotivering was naar het oordeel van de Hoge Raad toereikend en het hof mocht afwijken van de standaardstraf vanwege de ernst van het feit, de rol van de verdachte en diens eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de taakstraf van 180 uren wordt bevestigd.