Belanghebbende, een N.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 december 2015. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de door belanghebbende afgedragen loonbelasting als pseudo-eindheffing over maart 2013.
De Hoge Raad ontving vier middelen van belanghebbende, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende en belanghebbende een conclusie van repliek. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden, mede omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 16 september 2016 in het openbaar gewezen door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel.