Belanghebbenden, eigenaren en gebruikers van een bungalowpark met 52 recreatiewoningen, streden tegen aanslagen in de onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd door de gemeente Ermelo voor het jaar 2014.
De Rechtbank Gelderland had geoordeeld dat de recreatiewoningen niet als woningen konden worden aangemerkt omdat permanente bewoning niet was toegestaan. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat de aard en inrichting van de recreatiewoningen bepalend zijn, niet het verbod op permanente bewoning.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en parlementaire toelichting waarin is bevestigd dat recreatiewoningen onder het begrip woning vallen in artikel 220a en 220f van de Gemeentewet. Omdat meer dan 70 procent van de waarde van het bungalowpark aan de recreatiewoningen toekomt, moet het bungalowpark als woning worden aangemerkt.
De aanslagen in de gebruikersbelasting worden vernietigd en de aanslag in de eigenarenbelasting wordt verminderd tot het woningentarief. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbenden.
Deze uitspraak bevestigt dat de bestemming en inrichting van onroerende zaken leidend zijn voor de kwalificatie als woning, ook als permanente bewoning niet is toegestaan.