Uitspraak
1.Geding in cassatie
's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
13 september 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij tijdens een politieachtervolging met hoge snelheid en gevaarlijk rijgedrag opzettelijk stuurbewegingen maakte richting een politievoertuig waarin twee agenten zaten, met de bedoeling hen van het leven te beroven. Het hof verklaarde hem schuldig aan poging doodslag op basis van voorwaardelijk opzet, onderbouwd met een uitgebreide opsomming van feiten en gedragingen tijdens de achtervolging.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd is wat betreft het voorwaardelijk opzet. Hoewel het hof aannemelijk achtte dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van de agenten aanvaardde, ontbreekt een heldere motivering over de waarschijnlijkheid van een dodelijk ongeval bij de stuurbewegingen. De omstandigheden waaronder de aanrijding plaatsvond en de mate waarin een dodelijke afloop waarschijnlijk was, zijn niet voldoende vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren, uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering voorwaardelijk opzet en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.