Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het beklag
De officier van justitie heeft op 20 januari 2014 een gesprek gevoerd met klager waarin klager heeft medegedeeld dat hij de aangifte wenste uit te breiden.
Het hof heeft zich onbevoegd verklaard om van de klacht kennis te nemen voor zover deze is gericht tegen de minister en de zaak in zoverre verwezen naar de Hoge Raad. Voor het overige heeft het hof de klacht afgewezen.
3.Beslissing
27 maart 2015.