Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvragen tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Wettelijk kader
5.Beoordeling van de tweede aanvraag en de derde aanvraag
6.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin de aanvrager, bestuurder van een stichting die bestuurder was van twee failliete BV's, is veroordeeld wegens het niet in ongeschonden staat tevoorschijn brengen van administratieve gegevensdragers. De eerste aanvraag tot herziening werd afgewezen omdat een CD-ROM met relevante gegevens niet was overgelegd. De tweede aanvraag bevatte deze CD-ROM alsnog, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof had bewezen verklaard dat de aanvrager als feitelijk leidinggevende van de stichting verantwoordelijk was voor het niet tijdig en volledig overleggen van de administratie aan de curator. De curator had herhaaldelijk om de administratie verzocht, maar deze werd niet volledig verstrekt. De verdediging stelde dat een deel van de administratie verloren was gegaan na een openbare verkoop, maar dit werd door het hof verworpen omdat de verzoeken al eerder waren gedaan.
De tweede aanvraag tot herziening betrof een CD-ROM met duizenden documenten, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aanvraag onvoldoende concreet was en geen nauwkeurige omschrijving gaf van het nieuwe gegeven dat tot herziening zou kunnen leiden. De derde aanvraag stelde dat het hof had gedwaald over de verblijfplaats van computers en servers, maar dit proces-verbaal was al bekend bij het hof, waardoor de aanvraag ongegrond was.
De Hoge Raad verklaarde de tweede aanvraag niet-ontvankelijk en wees de derde af. Het arrest is gewezen door vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, waarbij laatstgenoemden het arrest niet ondertekenden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de tweede aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk en wijst de derde aanvraag af.