Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
2 juni 2015.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een aanvraag tot herziening ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden uit 2012, waarin hij werd veroordeeld voor het feitelijk leiding geven aan het niet in ongeschonden staat tevoorschijn brengen van de administratie van twee failliete BV's.
Het hof stelde vast dat de aanvrager als enige bestuurder van de Stichting verantwoordelijk was voor het niet verstrekken van de volledige administratie aan de curator, ondanks meerdere verzoeken per fax en mondeling. De aanvrager voerde aan dat een deel van de administratie verloren was gegaan door een openbare verkoop van goederen, maar dit werd verworpen omdat de verzoeken van de curator al eerder waren gedaan.
De aanvraag tot herziening betrof een CD-ROM met administratie die door een medewerker van de Belastingdienst was gemaakt, maar deze was niet bijgevoegd bij de aanvraag. De Hoge Raad oordeelde dat zonder dit bewijs de aanvraag niet ontvankelijk was. Bovendien vond de inbeslagneming van de computer pas na de verzoeken van de curator plaats, waardoor het alsnog overleggen van de CD-ROM de aanvrager niet zou baten.
Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf.