Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een klaagschrift tegen conservatoir beslag gelegd op grond van artikel 94a Sv in een strafzaak tegen een betrokkene die nauw betrokken was bij de exploitatie van een coffeeshop in Zwolle. De rechtbank had het klaagschrift gegrond verklaard en het beslag opgeheven, omdat het volgens de rechtbank hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zou opleggen.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op het feit dat de coffeeshop volgens het lokale gedoogbeleid opereerde, er geen illegale geldstromen waren aangetroffen en de betrokkene was vrijgesproken van witwassen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd was en niet zonder meer begrijpelijk was, mede gelet op de relevante jurisprudentie.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking voor zover het oordeel onder zijn toetsing viel en verwees de zaak terug naar de rechtbank Overijssel voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift. De overige onderdelen van het cassatiemiddel behoefden geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling van het klaagschrift.