Uitspraak
[X] B.V., C.S.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 2 maart 2015, nr. HAA 14/2012, betreffende een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, [X] B.V., heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 2 maart 2015 betreffende een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend, waarna belanghebbende een conclusie van repliek heeft ingediend.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Van Vliet en Van Loon, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2015.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland bevestigd.