ECLI:NL:HR:2015:3350

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2015
Publicatiedatum
24 november 2015
Zaaknummer
13/04418
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 437 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing in cassatiezaak mensenhandel wegens niet-ontvankelijkheid verdachte

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake mensenhandel, waarbij de verdachte niet tijdig door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie heeft ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in het beroep.

De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft een middel van cassatie voorgesteld gericht tegen de vrijspraken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging. De Hoge Raad heeft dit middel gegrond verklaard op basis van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2015:3309) en heeft het bestreden arrest vernietigd voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betreft.

De zaak is vervolgens terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 24 november 2015, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen.

Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in cassatie, arrest gedeeltelijk vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

24 november 2015
Strafkamer
nr. S 13/04418
ABO/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 september 2013, nummer 22/001264-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof.
Namens de verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de vrijspraken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde betreft en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beoordeling van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel

3.1.
Het middel komt met diverse klachten op tegen de door het Hof gegeven vrijspraak van het aan de verdachte onder 1 en 3 tenlastegelegde.
3.2.
Op gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 13/04569 (ECLI:NL:HR:2015:3309) is het middel terecht voorgesteld.

4.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep;
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 november 2015.