Uitspraak
1.Geding in cassatie
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde beroep
3. Beoordeling van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
24 november 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake mensenhandel, waarbij de verdachte niet tijdig door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie heeft ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in het beroep.
De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft een middel van cassatie voorgesteld gericht tegen de vrijspraken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging. De Hoge Raad heeft dit middel gegrond verklaard op basis van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2015:3309) en heeft het bestreden arrest vernietigd voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betreft.
De zaak is vervolgens terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 24 november 2015, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in cassatie, arrest gedeeltelijk vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.