Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 10 juli 2015, nr. 14/06533, ECLI:NL:HR:2015:1856.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het verzoek tot herziening van een eerder arrest van 10 juli 2015. Het verzoek werd ingediend door belanghebbende en betrof een herziening op grond van artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die een herziening konden rechtvaardigen. Hierdoor was het verzoek klaarblijkelijk niet ontvankelijk en kon het niet tot cassatie leiden.
Na overleg met de Procureur-Generaal besloot de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk te verklaren. Dit arrest werd uitgesproken op 6 november 2015 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.