ECLI:NL:HR:2015:2746

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2015
Publicatiedatum
18 september 2015
Zaaknummer
14/05594
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over totstandkoming arbeidsovereenkomst in arbeidsrechtelijke zaak

De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil over de vraag of er een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen eiser en de Stichting Samenwerking Voortgezet Onderwijs in de Regio Steenwijk, Weststellingwerf en Westerveld. Eiser heeft tegen de Stichting een procedure gevoerd bij de kantonrechter en het gerechtshof, waarbij het hof het geschil heeft beslecht.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 augustus 2014. De Stichting is in cassatie niet verschenen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de Stichting nihil worden begroot.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof over de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst en sluit het geding definitief af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

18 september 2015
Eerste Kamer
14/05594
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
de STICHTING SAMENWERKING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE REGIO STEENWIJK, WESTSTELLINGWERF EN WESTERVELD,
gevestigd te Steenwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 603066 CV EXPL 12-2199 van de kantonrechter te Zwolle van 15 mei 2012, 18 september 2012 en 12 februari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.125.512/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 augustus 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de Stichting is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
18 september 2015.