Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 september 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (PWC) cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin een geschil over de toepasselijkheid van een exoneratieclausule in een overeenkomst van opdracht centraal stond.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 15 juni 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BW0727) waarin de bindende werking van een overeenkomst van opdracht met adviseurs werd bevestigd. In het onderhavige arrest wordt het beroep van PWC op een exoneratieclausule afgewezen als onaanvaardbaar.
De klachten van PWC leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt PWC tot betaling van de proceskosten.
Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van PricewaterhouseCoopers wordt verworpen en het beroep op de exoneratieclausule als onaanvaardbaar bestempeld.