Uitspraak
1.De bestreden beschikking
2.Het cassatieberoep
3.Beoordeling van het middel
4.Slotsom
5.Beslissing
10 februari 2015.
Hoge Raad
In deze cassatie in het belang der wet heeft de Hoge Raad geoordeeld over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen een beslissing tot opheffing van voorlopige hechtenis. Het Gerechtshof had het OM ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank tot opheffing van de voorlopige hechtenis en vervolgens het beroep afgewezen.
De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering hoger beroep tegen tussenvonnissen die geen einduitspraak zijn, slechts gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak is toegestaan. De uitzondering in het tweede lid van artikel 406 Sv Pro is beperkt tot bevelen tot gevangenhouding of gevangenneming en de afwijzing van verzoeken tot opheffing daarvan.
Daarom is het hoger beroep van het OM tegen de ter terechtzitting gegeven beslissing tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet afzonderlijk ontvankelijk. Het middel van het OM slaagt en de bestreden beschikking van het Hof wordt vernietigd. Dit arrest verduidelijkt de reikwijdte van de mogelijkheid tot hoger beroep door het OM in voorlopige hechteniszaken.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beslissing tot opheffing van voorlopige hechtenis is niet afzonderlijk ontvankelijk en de bestreden beschikking wordt vernietigd.