Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het vierde middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 juli 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij tussen 1 januari 2006 en 6 december 2011 diverse voorwerpen zoals auto's, sieraden, geldbedragen, wapens en honden had verworven en omgezet, terwijl hij wist dat deze uit enig misdrijf afkomstig waren. Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde het vonnis van de rechtbank en motiveerde dit met een kasopstelling waaruit bleek dat verdachte contant meer had uitgegeven dan zijn legale inkomsten konden verklaren. Diverse aankopen, waaronder een BMW, horloges, honden en vakanties, werden onderzocht en de verklaringen van familieleden en getuigen werden betrokken.
De verdediging stelde dat de contante gelden afkomstig waren van jarenlang sparen en niet van criminele herkomst. De verdachte gaf aan geen vertrouwen in banken te hebben en contant geld te sparen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de bewezenverklaring standhield, mede omdat niet was onderzocht of alternatieve legale herkomsten van het geld mogelijk waren. De motivering van het hof was ontoereikend en daarom werd het arrest vernietigd.
De zaak werd terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De overige middelen werden niet behandeld. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 7 juli 2015.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.