ECLI:NL:HR:2015:1747

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
14/02738
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt werkgeversaansprakelijkheid en zorgplicht bij instructies

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van de werkgever Avis Budget Autoverhuur centraal, met betrekking tot de zorgplicht zoals neergelegd in artikel 7:658 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De werknemer had een procedure gevoerd tegen de werkgever wegens vermeende tekortkomingen in de instructies die de werkgever had gegeven.

De zaak werd eerst behandeld door de kantonrechter te Utrecht, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 februari 2014 een arrest wees. Tegen dit arrest stelde Avis beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De werknemer was in cassatie niet verschenen, terwijl Avis werd vertegenwoordigd door haar advocaat.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling betroffen.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de werkgeversaansprakelijkheid en de zorgplicht van de werkgever bij het geven van instructies aan werknemers. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Avis in de kosten van het cassatiegeding, zij het begroot op nihil aan de zijde van de werknemer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Avis Budget Autoverhuur wordt verworpen en de werkgeversaansprakelijkheid bevestigd.

Uitspraak

26 juni 2015
Eerste Kamer
14/02738
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AVIS BUDGET AUTOVERHUUR B.V.,
voorheen Avis Autoverhuur B.V.,
gevestigd te Almere,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Avis en de werknemer.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 810630 UC EXPL 12-6914 van de kantonrechter te Utrecht van 18 juli 2012 en 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.122.130 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Avis beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de werknemer is verstek verleend.
De zaak is voor Avis toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Avis heeft bij brief van 7 mei 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Avis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de werknemer begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 juni 2015.