Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 3 juli 2014, nrs. 12/00849 tot en met 12/00858, op de hoger beroepen van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 10/215, 11/5961 tot en met 11/5965 en 11/5969 tot en met 11/5972) betreffende de aan
[X], gewoond hebbende te
[Z](hierna: erflater) over de jaren 1999 tot en met 2001 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de over de jaren 1997 tot en met 2000 opgelegd navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting, de daarbij gegeven beschikkingen inzake een verhoging of boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.