ECLI:NL:HR:2015:1486

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2015
Publicatiedatum
4 juni 2015
Zaaknummer
15/00850
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak onroerendezaakbelasting

In deze zaak heeft de belanghebbende cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2013 betreffende een onroerende zaak te [a-straat 1].

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 5 juni 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of onvoldoende gronden.

Uitspraak

5 juni 2015
Nr. 15/00850
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 14 januari 2015, nr. BK‑14/00343, betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.