Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
21 april 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor wederstand tegen opsporingsambtenaren waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht. Het hof nam een strafverzwarende omstandigheid aan op grond van art. 43a Sr, omdat binnen vijf jaar een eerdere gevangenisstraf was opgelegd voor een soortgelijk misdrijf.
De Hoge Raad oordeelt dat art. 43a Sr alleen van toepassing is indien de eerdere straf een gevangenisstraf betrof, en niet bijvoorbeeld jeugddetentie. Tevens moet deze strafverzwarende omstandigheid uitdrukkelijk zijn tenlastegelegd en bewezen met wettige bewijsmiddelen.
In deze zaak kon uit het bewijsmateriaal niet worden afgeleid dat aan deze voorwaarden was voldaan. Daarom is de bewezenverklaring wat betreft deze strafverzwarende omstandigheid onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het deze strafverzwarende omstandigheid en de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het onderdeel strafverzwarende omstandigheid en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.