Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
1 april 2014.
Hoge Raad
Op 11 december 2010 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval op de Rijksweg A7 nabij Wognum door met ongeveer 200 km/u te rijden, een afrit met hoge snelheid te nemen en een auto rechts in te halen via de vluchtstrook. Hierbij verloor hij de macht over het stuur en botste tegen een boom, waarbij een passagier zwaar letsel opliep. Verdachte beschikte niet over een rijbewijs.
Het hof verklaarde verdachte schuldig aan roekeloosheid conform art. 6 jo Pro. art. 175 WVW Pro 1994, gebaseerd op verklaringen van verdachte, getuigen, politieprocessen-verbaal en medische rapporten. De Hoge Raad overwoog dat roekeloosheid een bijzondere, zwaarste schuldvorm is en dat het hof onvoldoende nadere motivering gaf voor het oordeel dat verdachte zich bewust was van het zeer ernstige gevaar.
De Hoge Raad oordeelde dat de feiten wel wijzen op zeer onvoorzichtig rijgedrag, maar dat dit niet zonder meer toereikend is voor het oordeel van roekeloosheid. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het dit betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor roekeloosheid en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.