Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 maart 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 maart 2013. Het cassatieberoep werd ingesteld door verdachte, bijgestaan door mr. R.J. Baumgardt. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, als voorzitter, samen met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting op 25 maart 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.