Op 5 augustus 2009 schoot de verdachte meermalen met een vuurwapen van korte afstand op het slachtoffer in Nieuwegein, waarbij het slachtoffer overleed aan de opgelopen schotwonden. De verdachte volgde het slachtoffer in zijn auto, stapte uit en schoot gericht op hem terwijl het slachtoffer in zijn auto zat.
Het hof oordeelde dat de verdachte met voorbedachten rade handelde, gezien de kalme en berekende wijze van handelen en het aantal en de aard van de schoten. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat er geen objectieve aanwijzingen waren dat het slachtoffer als eerste had geschoten.
Het bewijs bestond uit verklaringen van de verdachte, getuigenverklaringen, forensisch onderzoek waaronder sectie en schotrestenonderzoek, en technisch onderzoek van het vuurwapen en de hulzen. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaar, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Er werden tevens maatregelen getroffen ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.