ECLI:NL:PHR:2014:208

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2014
Publicatiedatum
25 maart 2014
Zaaknummer
13/02801
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Rechters
  • Aben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor moord met voorbedachten rade na schietincident in Nieuwegein

Op 5 augustus 2009 schoot de verdachte meermalen met een vuurwapen van korte afstand op het slachtoffer in Nieuwegein, waarbij het slachtoffer overleed aan de opgelopen schotwonden. De verdachte volgde het slachtoffer in zijn auto, stapte uit en schoot gericht op hem terwijl het slachtoffer in zijn auto zat.

Het hof oordeelde dat de verdachte met voorbedachten rade handelde, gezien de kalme en berekende wijze van handelen en het aantal en de aard van de schoten. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat er geen objectieve aanwijzingen waren dat het slachtoffer als eerste had geschoten.

Het bewijs bestond uit verklaringen van de verdachte, getuigenverklaringen, forensisch onderzoek waaronder sectie en schotrestenonderzoek, en technisch onderzoek van het vuurwapen en de hulzen. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaar, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Er werden tevens maatregelen getroffen ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachten rade, waarbij het beroep op noodweer(exces) is verworpen.

Conclusie

Nr. 13/02801
Zitting: 28 januari 2014
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, heeft bij arrest van 18 maart 2013 – na vernietiging en verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 13 november 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY0094) wat betreft de beslissingen ter zake van feit 1 en de strafoplegging – de verdachte ter zake van
“moord”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen en op de vordering van de benadeelde partij en heeft het hof aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander op de wijze vermeld in het arrest.
2. Namens de verdachte heeft mr. M. van Dam, advocaat te Amsterdam, (middels een volmacht aan een griffiemedewerker) beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het
middelklaagt over de verwerping door het hof van een beroep op noodweer(exces) en voorts dat de bewezenverklaring wat betreft de voorbedachte raad onvoldoende met redenen is omkleed.
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 05 augustus 2009 te Nieuwegein, opzettelijk en met voorbedachte rade een persoon, te weten [slachtoffer], van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen kogels van korte afstand en gericht afgevuurd op en in de richting van [slachtoffer], waardoor [slachtoffer] door een of meerdere van die kogels in het lichaam en hoofd werd getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.”
5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

Verklaring verdachte
1. Het proces-verbaal terechtzitting van het hof van 19 juli 2011, voor zover houdende de verklaring van verdachte, onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 heb ik voor de verkeerslichten aan de Zandveldseweg bij de kruising met de Jachtmonde te Nieuwegein meermalen met een vuurwapen van het merk Steyr, kaliber 9 mm, geschoten op en in de richting van de bestuurder van de Renault Clio, [slachtoffer].
Ik zou op 5 augustus 2009 mijn ex-vrouw [betrokkene 1] en dochter [betrokkene 2] ophalen. Op het moment dat ik in mijn auto, een zwarte Volvo, het woonblok uitrij, zie ik een man op een fiets in de buurt van mijn woning een beweging maken. Hij had een petje en een zonnebril op, hij droeg een korte broek en had witte benen. Ook had hij een soort baard en hij fietste wat gebogen. Ik ben toen een blokje omgereden en raakte de fietser kwijt. Toen ik vervolgens verder reed, kwam mij een aantal auto's tegemoet waaronder een rode Renault Clio. Ik zag de bestuurder in de auto en profil en ik herkende hem als de man op de fiets. Vervolgens zag ik dat de auto een fiets achterop had. De fiets achterop de auto gaf bij mij de doorslag om achter de auto aan te gaan.
Ik ben vervolgens achter de rode auto aangereden. Op een gegeven moment stopte de rode auto in het park Parkhout op een parkeerplaats. Ik ben toen uitgestapt en naar de auto toegelopen. Toen de rode Clio wegreed, ben ik met snelle stappen naar mijn auto gegaan en weer achter zijn auto aangereden.
Vervolgens stopte hij ter hoogte van de verkeerslichten aan de Zandveldseweg bij de kruising met de Jachtmonde te Nieuwegein. Toen ben ik ook gestopt en uitgestapt. Ik heb mijn wapen gepakt en ben in de richting van de rode Clio gelopen. Toen ik schuin achter de auto stond, heb ik geroepen: '[slachtoffer] (naar het hof begrijpt: [slachtoffer]) kom uit de auto met je handen op het dak.' Dat heb ik meermalen geroepen. Hij bleef recht voor zich uit kijken, hij reageerde helemaal niet maar op een gegeven moment riep hij tegen mij: 'Wat is er nou?'
[slachtoffer] keek mij niet aan, hij bleef recht voor zich uitkijken. Hij bewoog helemaal niet.
Vervolgens heb ik gericht geschoten op de sponning aan de bestuurderszijde van de rode Clio. Het was hij of ik. Mijn wapen was al doorgeladen toen ik uit de auto stapte.
Ik heb eerst waanzinnig snel achter elkaar op de sponning van de auto geschoten. Ik vuurde een serie op hem af. Daarna ben ik al schietend op het portier ingesprongen.
In het begin stond ik stil en vervolgens dook ik op de auto in. Ik ben toen om de auto gelopen.
Ik keek in de auto. Hij lag in de auto op zijn zij. Ik ben toen teruggelopen naar mijn auto en heb mijn wapen in de auto gelegd en ik heb gelijk 112 gebeld.
2. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 4 maart 2013, onder meer inhoudende:
Op de 80 kilometer baan begon hij langzamer te rijden. Toen ik dichtbij was zag ik opeens dat hij zijn zonnebril niet op had en toen herkende ik hem voor 100%. Het wapen stond op scherp toen ik het uit de holster pakte. Ik wist op dat moment ook dat het op scherp stond.
Voorts:
Uit het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Utrecht, dossiernummer PL0960/09-012975, 0960/09-012975A, 0960/09-012975B en L0960/09-012975C, alsmede de daarbij behorende bijlagen in de vorm van processen-verbaal (welke processen-verbaal opvolgend doorlopend zijn genummerd) en overige bescheiden:
3. De verklaring van verdachte op 5 augustus 2009, dossierpagina's 56 en 57, onder meer inhoudende:
Ik heb zojuist iemand doodgeschoten.
4. De verklaring van verdachte op 26 augustus 2009, dossierpagina's 544 tot en met 556, onder meer inhoudende:
De cursief opgenomen tekst is de vraagstelling van de verbalisanten.
Op de sponning heb ik geschoten. Ik kijk. Er was niks met hem aan de hand. Misschien had hij een vest (het hof begrijpt: een kogelvrij of-werend vest) aan. Ik ben al schietend op de auto ingelopen. Ik ben om die auto heen gelopen.
Je weet dat de slede naar achteren stond?
Ja, ik heb waanzinnig snel geschoten, op de sponning gericht.
Ik pakte het pistool, het handwapen, hij zit in een sneltrekholster, de slee gaat al mee naar achteren, dan springt ie op de patroon op scherp.
Waar lag dat wapen in de auto?
Ik had hem op de bank gelegd. Hij ziet eruit als een normale tas.
Hoe hield je het wapen vast?
Met twee handen dat weet ik zeker.
Ik heb razendsnel op hem op de auto geschoten. Ik weet niet hoeveel keer, heel snel achter elkaar. Ik denk, ik ben snel naar voren gelopen, al lopend heb ik meerdere keren op hem geschoten. Al lopend naar voren schiet ik.
Hoeveel schoten zijn er gevallen?
Dat zijn een aantal schoten geweest. De eerste serie waren er achter elkaar heel veel. Ik dacht dat ik 12 of 14 patronen erin had zitten. Ik denk 14. Er zaten er niet doorgeladen 14 in.
Relaas verbalisanten
5. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 1] van 5 augustus 2009, dossierpagina's 11 tot en met 14, onder meer inhoudende:
Op woensdag 5 augustus 2009, te 15:10 uur, hoorde ik dat een centralist van de meldkamer alle meeluisterende eenheden in het district Lekstroom aanstuurde naar de locatie "Zandveldseweg ter hoogte van Het Veerhuis" te Nieuwegein. Wij hoorden dat de centralist doorgaf dat de telefoon roodgloeiend stond van melders die getuigen waren van een schietpartij op genoemde locatie. Wij kwamen ter plaatse op de Zandveldseweg te Nieuwegein. Ter plaatse betrof op de Zandveldseweg, voor aldaar gesitueerde verkeerslichten gelegen tussen de Ratelaar en de Jachtmonde.
Ter plaatse zag ik dat twee personenauto's in stilstand voor de verkeerslichten stonden. Ik zag dat een eerste personenauto voor het verkeerslicht stond. Ik zag dat achter deze personenauto een tweede personenauto stond.
Ik zag dat de portieren van de eerste personenauto gesloten waren. Ik zag dat de ruit van linker voorportier niet gesloten was. Ik zag dat in het glas in het linker achterscherm een gat van onbekende grootte zat. Ik zag dat het glas van het linker achterscherm geheel verbrijzeld was.
Ik keek door het linkervoorportier in de personenauto. Ik zag dat daar een voor mij onbekend gebleven man op zijn rechter zij lag over de gehele breedte van de beide voorstoelen in de personenauto. Ik zag dat het onderlichaam van de man op de bestuurdersstoel lag. Ik zag dat de man met zijn bovenlichaam op- en richting de bijrijdersstoel lag. Ik zag dat de man een blouse/overhemd droeg. Ik zag dat op deze blouse meerdere bloedvlekken zaten. Gezien de vorm en locatie van deze bloedvlekken, de uitgegeven melding van de meldkamer, en het zichtbaar ontdane publiek, maakte ik hieruit op dat deze vlekken inderdaad het gevolg waren van schotwonden ontstaan door het gebruik van een vuurwapen.
Ik opende het linker voorportier. Ik zag dat de man met zijn hoofd op de bijrijdersstoel lag. Ik zag dat zijn ogen gesloten waren. Ik zag dat zijn mond half geopend was. Ik zag dat helder rood bloed uit zijn mond stroomde. Ik zag dat een plas bloed onder het hoofd van de man op de bijrijdersstoel lag. Ik zag dat de armen van de man licht voor het lichaam van de man lagen. Ik zag dat de diverse genoemde bloedvlekken op zijn linkerarm zaten. Ik zag dat een bloedvlek zat op de blouse aan de linker zijkant van zijn borst. Ik zag aan de linker zijkant van het gezicht/hoofd van de man enkele bruin-kleurige vlekken op de huid. Deze vlekken leken of een soort brandwondjes. Ik zag dat aan de linker zijkant van het gezicht/hoofd van de man een wond c.q. gaatje zat. Ik riep de man, die in de personenauto lag, aan. Ik maakte mij bekend als politie en vroeg de man op luide toon of hij mij kon horen. Ik zag en hoorde dat de man hierop geheel geen reactie gaf. Ik zag en hoorde namelijk dat hij niets zei en geheel niet bewoog.
Ik hoorde dat collega [verbalisant 2], die naast mij stond, mij verklaarde dat "die man" had geschoten. Ik zag dat hij mij daarbij een man aanwees die ook naast c.q. bij de eerste personenauto stond. Met collega [verbalisant 3] liep ik op de man af. Ik hoorde dat de man mij direct verklaarde: "Ik heb geschoten, ik heb de politie gebeld". Hierop heb ik met collega [verbalisant 3] de man, nader aan te wijzen als verdachte, aangehouden en de handboeien aangelegd.
Vervolgens hebben collega [verbalisant 3] en ik de verdachte overgebracht naar het Arrestanten Complex Utrecht. Onderweg hoorde ik dat verdachte onder andere in woorden van gelijke strekking verklaarde, dat;
# hij had geschoten;
# hij deze (neergeschoten) man via een vriend van hem kent;
6. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 2] van 5 augustus 2009, dossierpagina 34 en 35, onder meer inhoudende:
Toen ik kwam bij de kruising voor het winkelcentrum Hoog Zandveld zag ik twee voertuigen staan voor het verkeerslicht. Ik zag een man staan die met zijn mobiele telefoon aan het bellen was, ik maakte mij bekend als politiemedewerker. De man kwam vervolgens naar mij toe en ik hoorde hem zeggen:
"Ik geef mij over, want ik heb hem doodgeschoten, mijn wapen ligt nog in de auto.
7. Het relaas van de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 13 augustus 2009, dossierpagina's 842 tot en met 845, onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 ben ik [verbalisant 4], ter plaatse gegaan naar de kruising Zandveldseweg met de Jachtmonde te Nieuwegein. Ik zag op de kruising een rood gekleurde personenvoertuig staan, direct daarachter stond een zwart gekleurde personenvoertuig. Naast en achter deze voertuigen stonden politievoertuigen. Door politiepersoneel ter plaatse werd mij [verbalisant 4] verklaard dat in het rood gekleurde voertuig het slachtoffer lag.
Voertuig 1: Renault Clio, kleur rood.
Voertuig 2: Volvo S40, kleur zwart.
Direct achter de Renault stond de Volvo. Op de zitting van de rechtervoorstoel van de Volvo zagen wij een vuurwapen (pistool) liggen. Wij zagen dat de slede van het pistool in de geopende stand stond. In het pistool was een houder aanwezig, zowel in de kamer als in de houder waren geen patronen aanwezig. De patroonhouder bood plaats voor veertien patronen. Het aangetroffen pistool op de bijrijdersstoel werd door ons veiliggesteld. Op het pistool zagen wij de tekst "Steyr 9x19 mm Mannlicher".
In totaal werden veertien hulzen van het kaliber 9 mm Luger aangetroffen.
8. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 5] van 8 januari 2010, dossierpagina 835 onder meer inhoudende:
Volgens [verdachte] was hij met zijn zwarte Volvo achter de rode Renault van het slachtoffer aan gereden. Op basis van zijn verklaring werd de volgende route opgetekend:
Via de Roerdomplaan, Geinbrug, Parkhout, Henri Dunantlaan naar de plaats delict aan de Zandveldseweg te Nieuwegein.
Verklaringen getuigen
9. De verklaring van [getuige 1] van 28 augustus 2009, dossierpagina's 509 tot en met 512 onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 reed ik op mijn snorfiets op de Zonnebloemstaat te Nieuwegein. Ik zag twee auto's staan. De achterste auto was een iets grotere donkere auto. Ik zag een heer uit de donkere auto stappen en zag dat hij iets pakte. Ik kon niet zien wat het was. Hij had dit voorwerp met twee handen vast. Ik zag dat de man dit voorwerp duidelijk voor zich hield. Ik zag dat de man uit de donkere auto aan de bestuurderskant in de richting van de rode auto voor hem liep. Toen de man hier vlakbij was, gaf degene in de rode auto gas en reed hard weg in de richting van de Henry Dunantlaan. De man ging heel hard lopend terug naar zijn eigen auto. Ik zag dat hij vol gas wegreed. Die donkere auto zag ik toen ook in de richting van de Henri Dunantlaan rijden. Ik vond dat dat op een heel onverantwoordelijke manier ging. Ik zag dat die donkere auto in de bocht, op de verkeerde weghelft, een andere auto inhaalde.
10. De verklaring van [getuige 2] van 11 augustus 2009, dossierpagina's 140 tot en met 144, onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 stond ik in mijn auto te wachten voor het rode verkeerslicht op Henri Dunantlaan te Nieuwegein. Ik stond te wachten voor de kruising met de Zandveldseweg. Ik zag aan de overzijde van de kruising twee auto's achter elkaar aanrijden met aanzienlijke snelheid, met zeker 50 km/u. Ze reden beide om een voor het rode verkeerslicht stilstaande auto heen (hof: gelet op de door de getuige ingetekende plattegrond via de andere weghelft) en sloegen vervolgens rechtsaf de Zandveldseweg op in de richting van de Rijksweg A2. Het ging met opvallend hoge snelheid. Gezien de manier van rijden had ik meteen de indruk dat er sprake was van een achtervolging.
11. De verklaring van [getuige 3] van 5 augustus 2009, dossierpagina's 61 tot en met 64 onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 liep ik over de voetgangersoversteek bij het winkelcentrum Hoog Zandveld. Ik zag twee auto's voor het verkeerslicht staan. De voorste auto was een rode auto. De auto die er achter stond was een zwarte auto. Ik zag dat er een man bij de zwarte auto stond. Ik hoorde dat die man riep: "Handen op het dak!. Handen op het dak!". Een aantal seconden daarna, hooguit tien seconden, begon die man te schieten. Na het derde schot zag ik dat de man een vuurwapen in de rechterhand had en met dit vuurwapen gericht bleef schieten richting de rode auto.
12. De verklaring van J. Plomp van 5 augustus 2009, dossierpagina's 65 tot en met 66 onder meer inhoudende:
Ik ben vandaag boodschappen gaan doen. Tijdens het oversteken van de Zandveldseweg hoorde ik een knal. Ik keek waar de knal vandaan kwam. Ik zag toen dat er op de Zandveldseweg voor de stoplichten met de kruising met de Jachtmonde een bordeauxrode auto van het merk Renault stond. Ik zag dat bij de auto een man stond. Ik heb na de knal naar de auto en de man gekeken. Op dat moment zie ik dat de man die bij de auto staat, schiet. Ik heb tijdens het kijken zes of zeven knallen gehoord.
Ik zag dat de man die schoot heel erg kalm was. Ik kon het niet geloven. De man was zo rustig, het kwam over alsof hij zijn hond aan het uitlaten was.
13. De verklaring van [getuige 4] van 5 augustus 2009, dossierpagina's 71 tot en met 74 en onder meer inhoudende:
Ik ben getuige geweest van een schietpartij in Nieuwegein bij het winkelcentrum. Ik ben schilder. Terwijl ik aan het werk was, hoorde ik knallen. Ik zag dat een man om een auto liep. Ik zag dat de man naast een kleine rode Renault stond. Achter de Renault stond een zwarte Volvo. Ik zag dat de man op de Renault stond te schieten. Ik zag dat de schutter zijn arm op het bestuurdersportier richtte.
Ik zag dat de schutter rustig was.
14. De verklaring van [getuige 5] van 7 augustus 2009, dossierpagina's 123 tot en met 129 onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 stond ik met mijn auto voor het rode verkeerslicht op de Jachtmonde met de kruising Zandveldseweg. Aan de overzijde van de Zandveldseweg stonden twee auto's voor het verkeerslicht. Deze auto's stonden heel dicht bij elkaar. Ik weet dat de voorste auto een rode auto was. Toen ik optrok zag ik iemand uit de achterste auto stappen. Ik zag dat de man uitstapte en zeer rustig naar de rode auto ervoor liep. Ik keek voor mij op de rijbaan. Op dat moment hoorde ik een harde knal. Ik keek en zag de man die ik zojuist heb beschreven bij het portier van de rode auto staan. Ik zag heel duidelijk dat hij één van beide armen gestrekt naar voren hield en in zijn hand droeg hij een pistool dat hij richtte op de rode auto. Ik bleef in de richting van de man kijken en zag en hoorde dat de man vervolgens nog zeker vier keer schoot. Ik zag ook dat hij op verschillende hoogten door het open portierraam schoot. Echt alsof je iemand van boven naar beneden of andersom schoot. Het leek alsof hij heel gericht schoot. Voor mij was het heel berekenend en echt in koelen bloede.
Ik zag dat de man heel rustig, op zijn dooie gemak, voor de rode auto langs liep en ter hoogte van de passagierskant bleef hij weer stil staan. Aan de andere zijde van de auto heeft hij vervolgens weer vier à vijf keer geschoten. Ik hoorde knallen, maar zag het wapen niet. Het was hetzelfde geluid.
15. De verklaring van [getuige 6] van 10 augustus 2009, dossierpagina's 130 tot en met 135, onder meer inhoudende:
Ik keek in de richting van de rijbaan van de Zandveldseweg en zag net over de stopstreep voor het verkeerslicht een rode Renault Clio stil staan. Achter deze auto stond een zwarte Volvo stil. Ik zag dat het portier van de Volvo geopend was en dat achter dit portier een man stond.
Kort voor ik keek, hoorde ik een mannenstem zeggen een naam die ik mij niet kan herinneren en "Kom er maar uit met je handen op het dak". Ik zag vervolgens dat de man die zojuist nog achter zijn portier stond, in een boog om het portier naar voren liep. Hij was heel koel en liep normaal, niet rennend of zoiets. Hij bleef op een afstand van ongeveer tweeënhalve meter verwijderd van de Clio en wel ter hoogte van het bestuurdersportier. Ik zag vervolgens dat de man begon te schieten. Ik hoorde eerst een knal en bij de volgende knal zag ik ook een rookpluim. Ik zag dat hij zijn beide armen gestrekt naar voren hield en het pistool richtte in de richting van de bestuurder van de Clio. Ik denk dat ik de man vier à vijf keer hoorde en zag schieten. Het was vrij snel. Ik zag dat de man vervolgens voor de rode Clio langs liep naar de bijrijderskant. Ik zag dat de man vervolgens op een afstand van circa tweeënhalve meter van het bijrijdersportier bleef staan. Hij schoot vervolgens weer enkele malen achter elkaar. Echt in koelen bloede.
Identificatie en sectie
16. Het relaas van de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 13 augustus 2009, dossierpagina's 845 tot en met 846, onder meer inhoudende:
Het slachtoffer werd uit het voertuig gehaald en een steriel laken geplaatst. Het lichaam werd verpakt in een nieuwe steriel laken en een lijkenzak. Het lichaam werd voorzien van een zegel met nummer 0107648 en het SIN nummer AABN6600NL. Het slachtoffer werd overgebracht naar het mortuarium van het Sint Anthoniusziekenhuis te Nieuwegein.
17. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 5] van 6 augustus 2009, dossierpagina's 877en 878, en onder meer inhoudende:
Op 6 augustus 2009 vond de gerechtelijke sectie plaats op het slachtoffer. De sectie werd uitgevoerd onder sectienummer 2009-284, gekoppeld aan het NFI-zaaknummer 2009.08.06.001.
Na de sectie werd van het slachtoffer een dactyloscopisch signalement vervaardigd. Op basis van dit signalement kon nadien de identiteit van het slachtoffer worden bevestigd.
18. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 6] van 6 augustus 2009, dossierpagina 89 en onder meer inhoudende:
Op 6 augustus 2009 heb ik een dactyloscopisch vergelijkend onderzoek ingesteld met het dactyloscopisch signalement van een persoon. Het dactyloscopisch signalement ontving ik op 6 augustus 2009 uit handen van de technisch rechercheur [verbalisant 5]. Hij had dit signalement afgenomen van de overleden persoon na het schietincident te Nieuwegein.
Na een onderzoek in het geautomatiseerde vingerafdrukkensysteem HAVANK bleek dat de vingerafdrukken overeenkwamen met de afdrukken in het systeem ten namen van: [slachtoffer].
19. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 7] van 6 augustus 2009, dossierpagina 90, onder meer inhoudende:
De afgebeelde persoon op de politiefoto PL1700:06-00403 herken ik als het slachtoffer dat ik op 6 augustus 2009 heb begeleid van het Antoniusziekenhuis te Nieuwegein naar het Nederlands Forensisch Instituut te Rijswijk voor een gerechtelijke sectie. Volgens de politieadministratie zijn de personalia van de afgebeelde man: [slachtoffer].
20. Het deskundigenverslag van patholoog-anatoom A. Maes van 24 augustus 2009 dossierpagina's 932 tot en met 942, onder meer inhoudende:
Zaaknummer 2009.08.06.001, sectienummer 2009-284/M056.
Het lichaam werd mij aangewezen en daarna overhandigd door [verbalisant 7] van de regiopolitie te Utrecht.
In relatie met de schotletsels waren er in en door het lichaam waarschijnlijke schotkanalen te herleiden. De schotkanalen zijn vastgesteld aan het gestrekte lichaam.
B1 Er was een schotkanaal van B naar A van links naar rechts door het hoofd. Er was daarbij perforatie van de schedel in de schedelbasis met breuken en fragmentatie. Er was veel bloed in de weke delen en er liep bloed uit het rechteroor. De onderzijde van de grote hersenhelft rechts was geraakt en in de schedelbasis waren de inwendige halsslagaders in het schotkanaal.
B2 Er was een schotkanaal in de linkerbovenarm van E naar een kogel (op de tekening aangegeven met kogel 1) gelokaliseerd in de weke delen van de bovenarm.
B3 Er was een tweede schotkanaal in de linkerarm van F van boven naar beneden tot in de onderarm. Er was perforatie en breuk van het bovenarmbeen en er was een kogel (op de tekening aangegeven met kogel 2) in de linkeronderarm.
B4 Er was een schotkanaal door de borst van links, van G naar rechts met perforatie van de borstkas, de linkerlong, de lichaamsslagader, de 4de borstwervel en de rechterlong. Er was een kogel (op de tekening aangegeven met kogel 3) in de rechterlong bovenkwab. Er was 400 ml bloed in de rechter en 600 ml bloed in de linkerborstholte.
B5 Er was een schotkanaal van H, van links zijwaarts naar linksboven met perforatie van de borstkas, de linkerlong, de linker armslagader, het linkersleutelbeen, de halsslagader links en de schedelbasis links. Er was een kogel (op de tekening aangegeven met kogel 4) in de schedelbasis links. Er was veel bloeduitstorting in de omgeving van het schotkanaal.
B6 Er was een schotkanaal van links zijwaarts vanaf I naar rechtsboven aan het hoofd. Er was perforatie van de borstkas links, de linkerlong bovenkwab, de hals in de weke delen en het strottenhoofd, dwars door de luchtpijp, de mondbodem rechts, de rechterzijde van de onderkaak (met daarbij meerdere botbreuken) en een uitschotverwonding in de rechterwang ter plaatse van C.
Bij de sectie zijn er aan het lichaam acht huidperforaties geconstateerd met het aspect van een schotverwonding en twee letsels met het aspect van een schampschot. Er waren twee doorschotverwondingen en vier inschotverwondingen met bijbehorende kogels in het lichaam te herleiden. Alle letsels zijn bij leven opgelopen en hebben geleid tot veel inwendige letsels met perforaties van onder andere de lichaamsslagader en de halsslagader. Er was veel bloed verloren. Het overlijden wordt zonder meer verklaard door het bloedverlies en de opgelopen orgaanschade.
21. Het samenvattend proces-verbaal van forensisch onderzoek van 8 januari 2010, dossierpagina's 831-836 , onder meer inhoudende:
Op 5 augustus 2009 vond er een schietincident plaats op de Zandveldseweg te Nieuwegein. Alle sporen werden voorzien van een uniek Spoor Identificatie Nummer (SIN). Een volledig sporenoverzicht werd opgenomen in dit dossier.
Tijdens een quick scan van de PD werd het volgende geconstateerd:
Op de rijbaan links naast de rode Renault lagen een groot aantal hulzen.
In de zwarte Volvo werd een vuurwapen aangetroffen, liggend op de zitting van de passagiersstoel.
Onderzoek wapens en munitie
Sporen:
- Vuurwapen, merk Steyr, kaliber 9 mm
SIN AABN6833NL
Aangetroffen in de auto van verdachte [verdachte]
- 14 patroonhulzen kal. 9 mm vanaf de PD
SIN AABN6804NL t/m AABN6817NL.
Onderzoek schotresten
Sporen:
- Schotresten lichaam slachtoffer [slachtoffer]
SIN AABP6039NL t/m AABP6047NL
Veiliggesteld tijdens de sectie.
22. Het deskundigenrapport 'wapen- en munitieonderzoek' van W. Kerkhoff van 4 november 2009, dossierpagina's 972 en 981, onder meer inhoudende:
Resultaten vergelijkend onderzoek kaliber 9 mm Parabellum
Pistool |AABN6833NL|
Dit pistool heeft de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een semiautomatisch pistool van het merk Steyr, model M9, kaliber 9mm Parabellum. De patroonhouder die bij het pistool werd ontvangen kan vijftien patronen van het kaliber 9mm Parabellum bevatten
Hulzen |AABN6804 t/m -6817NL|
Deze veertien hulzen zijn voorzien van het bodemstempel S&B 9mm LUGER.
Conclusies
Het pistool [AABN6833NL], merk Steyr is bestemd en geschikt voor het semiautomatisch verschieten van patronen kaliber 9mm Parabellum. De veertien hulzen [AABN6804 t/m -6817NL] zijn met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verschoten met het pistool [AABN6833NL].
23. Het deskundigenrapport 'schotrestenonderzoek' van R.C. Roepnarain van 18 februari 2010 dossierpagina's 1123 en 1143, onder meer inhoudende:
Te onderzoeken materiaal:
AABP6040NL: een huiddeel gemerkt E, bij de sectie uitgenomen vanaf de I inkerelleboog van het slachtoffer [slachtoffer]
AABP6047NL: vier schotrestenfolies waarmee bij de sectie de verwondingen gemerkt A en B in het gelaat van het slachtoffer [slachtoffer] tweemaal zijn bemonsterd.
Aan de hand van de aangetroffen sporen rond een inschotverwonding kan de schootsafstand vastgesteld worden.
Huiddeel gemerkt E
Rond de waarschijnlijke inschotverwonding in het huiddeel [AABP6040NL] zijn 2 deeltjes overeenkomend met nitrocellulosekruitdeeltjes aangetroffen. Uitgaande van een directe inschotverwonding wijzen deze sporen op een schootsafstand tussen de 10 en 150 centimeter.
Schotrestenfolies [AABP 6047NL]
Op de schotrestenfolies [AABP6047NL] waarmee tweemaal de verwonding gemerkt B in de linkerslaap van het slachtoffer [slachtoffer] is bemonsterd, zijn op loodhoudend materiaal wijzende verkleuringen en in totaal circa 175 deeltjes overeenkomend met nitrocellulosekruitdeeltjes aangetroffen. Deze sporen wijzen op een inschotverwonding met een schootsafstand tussen 10 en 75 centimeter.”
6. Voorts heeft het hof in het arrest het volgende overwogen:

“Overweging met betrekking tot het bewijs

Op 5 augustus 2009 kwamen er omstreeks 15.08 uur via het alarmnummer 112 meerdere meldingen binnen bij de Unit Teleservice van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) te Driebergen, dat er geschoten was op de Zandveldseweg te Nieuwegein nabij de kruising met de Jachtmonde ter hoogte van het winkelcentrum Hoog Zandveld.
Ter plaatse werden twee personenauto's op de rechterrijstrook aangetroffen. Deze auto's stonden achter elkaar. De voorste auto was van het merk Renault Clio, kleur rood en de achterste auto was van het merk Volvo S40, kleur zwart. Liggend op de voorstoelen van de Renault werd het slachtoffer aangetroffen.
De verbalisant [verbalisant 2] die kort na het gebeuren ter plaatse kwam, zag een man staan die met zijn mobiele telefoon aan het bellen was. Nadat de verbalisant zich als politiemedewerker bekend had gemaakt aan deze man, hoorde hij de man zeggen: "Ik geef mij over, want ik heb hem doodgeschoten, mijn wapen ligt nog in de auto." De man, verdachte, is daarop door de inmiddels ter plaatse gekomen politieambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 3] aangehouden.
De aangehouden man bleek de verdachte [verdachte] te zijn. Het slachtoffer bleek te zijn [slachtoffer]. In de auto van verdachte werd een vuurwapen aangetroffen. In en rondom de auto van het slachtoffer [slachtoffer] werden veertien hulzen aangetroffen. Uit technisch onderzoek bleek dat deze met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn verschoten met het vuurwapen van verdachte.
Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] werden acht huidperforaties geconstateerd met het aspect van een schotverwonding en twee letsels met het aspect van een schampschot. Twee schoten betreffen doorschotwonden. Eén van deze doorschotwonden betreft een schot door het hoofd. Voorts werden twee schotkanalen in de linkerarm waargenomen, alsmede drie schotkanalen in de linkerflank en de borstkas van het bovenlichaam. De letsels hebben geleid tot veel inwendige letsels met perforaties van onder andere de lichaamsslagader en de halsslagaders. De patholoog-anatoom heeft geconcludeerd dat het overlijden van [slachtoffer] zonder meer kan worden verklaard door bloedverlies en de opgelopen orgaanschade tengevolge van de schotwonden.
Uit het rapport van deskundige Roepnarain blijkt dat er sporen zijn aangetroffen van een inschotverwonding in het hoofd van [slachtoffer] die wijzen op een schootsafstand van tussen de 10 en 75 centimeter. Andere schotbeschadigingen blijken sporen te vertonen die wijzen op een schootsafstand van tussen de 10 en 150 centimeter.
Verdachte heeft zowel ten overstaan van de politie, als ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep ter terechtzitting van het hof bekend dat hij op 5 augustus 2009 te Nieuwegein meermalen met een vuurwapen kogels van korte afstand gericht heeft afgevuurd op de bestuurder van de Renault Clio, te weten [slachtoffer].
Bewezenverklaring opzettelijke levensberoving
Verdachte heeft erkend dat hij het slachtoffer heeft doodgeschoten. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het opzet gericht op het doden van [slachtoffer] mede volgt uit het feit dat een deel van de schoten van (zeer) dichtbij is afgevuurd op onder meer het hoofd van [slachtoffer] en dat daarbij door verdachte een zwaar kaliber vuurwapen is gebruikt.
Voorbedachte raad
Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij op het moment dat hij het slachtoffer in de buurt van zijn woning aan de Goudfazant te Nieuwegein vermomd op de fiets zag, nog niet zeker wist of dit [slachtoffer] was. Rijdend in zijn auto kwam hem een bordeauxrode auto van het merk Renault Clio tegemoet rijden en herkende verdachte in die auto dezelfde persoon die eerder op de fiets voorbij was gereden. Voorts zag hij dat op de achterkant van die auto een fiets was bevestigd, wat zijn vermoeden dat het om [slachtoffer] ging leek te bevestigen. Verdachte heeft zijn auto gekeerd en is achter de Renault Clio aangereden. Op een gegeven moment stopte deze bij een park. Verdachte heeft verklaard dat ook hij is gestopt en vervolgens is uitgestapt en op de Renault Clio is afgelopen. De bestuurder daarvan is met spinnende wielen weggereden. Verdachte is vervolgens opnieuw achter de Renault Clio aangereden. Op de Zandveldseweg kon verdachte in de Renault Clio kijken en herkende hij de bestuurder op dat moment voor 100 % als [slachtoffer]. Nadat [slachtoffer] ter hoogte van de verkeerslichten op de Zandveldseweg was gestopt is verdachte eveneens gestopt en achter de auto van [slachtoffer] gaan staan. Verdachte heeft verklaard dat hij vervolgens de auto is uitgestapt met een doorgeladen en dus op scherp staand vuurwapen en naar de auto van [slachtoffer] is toegelopen en naar [slachtoffer] een paar keer heeft geroepen: "[slachtoffer], kom uit die auto met je handen op het dak", dat [slachtoffer] rechtop in zijn auto is blijven zitten en niet uit de auto is gekomen en dat hij, verdachte, vervolgens heeft geschoten.
Het hof gaat er op grond van zich in het dossier bevindende verklaringen van getuigen vanuit, dat verdachte reeds bij het park, waar eerder was gestopt en verdachte de auto is uitgestapt, met een vuurwapen in zijn handen op de auto van [slachtoffer] is af gelopen. Het hof baseert dit onder meer op de verklaring van getuige Verhaar, die heeft gezien dat een man uit een donkere auto stapte, een voorwerp uit de auto pakte en dit voorwerp met twee handen voor zich uit vasthoudend in de richting van de rode auto voor hem liep. Toen de man hier vlakbij was, gaf degene in de rode auto gas en reed hard weg.
Verdachte heeft veertien kogels afgevuurd op het slachtoffer. Verdachte heeft verklaard dat hij nadat hij vanaf de bestuurderszijde van de auto van het slachtoffer had geschoten, is omgelopen naar de passagierszijde, maar daar niet heeft geschoten. Getuigen hebben verklaard dat verdachte vanaf de linkerzijde van de auto achterom naar de rechterzijde van de auto is gelopen en vanaf de rechterzijde van de auto een vuurwapen op of in de auto heeft gericht en dat zij knallen hoorden. Het hof gaat er derhalve van uit dat verdachte nadat hij vanaf de linkerzijde (de bestuurderszijde) om de auto heen is gelopen, ook vanaf de rechterzijde (de passagierszijde) op [slachtoffer] heeft geschoten.
Het hof is van oordeel dat de omschreven handelingen van verdachte een aaneenschakeling vormen van keuzemomenten en dat verdachte meermalen de gelegenheid heeft gehad zich te beraden op het te nemen of door hem genomen besluit om [slachtoffer] van het leven te beroven en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij [slachtoffer] niet wilde doodschieten maar slechts staande wilde houden en hem daarom maande uit de auto te komen, maar het hof ziet dit aanroepen van het slachtoffer niet als een reële poging om het slachtoffer uit zijn auto te krijgen en staande te houden, mede gelet op de zeer korte tijdspanne (volgens getuige [getuige 3] nauwelijks 10 seconden) tussen het aanroepen van het slachtoffer en het op hem schieten.
Het hiervoor omschreven gedrag van verdachte voorafgaand aan en tijdens de schietpartij duidt niet op enige panieksituatie. Getuigen hebben bovendien verklaard dat verdachte zich direct voor, tijdens en direct na de schietpartij rustig en kalm heeft gedragen en een koelbloedige indruk maakte.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer met voorbedachten raad om het leven heeft gebracht.

Bewezenverklaring

(…)

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

(…)
Verdachte en zijn raadsman hebben een beroep gedaan op noodweer, dan wel noodweerexces en hebben verzocht om verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. [slachtoffer] zou, gelijk nadat verdachte uit zijn auto was gestapt, als eerste op verdachte hebben geschoten die vervolgens zou hebben teruggeschoten.
Het hof acht niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer] bij de verkeerslichten op de Zandveldseweg op verdachte heeft geschoten. Verdachte heeft dit slechts als enige verklaard, terwijl er geen feitelijkheden of objectieve aanwijzingen zijn die bevestigen dat [slachtoffer] op dat tijdstip en op die betreffende plek (bij de verkeerslichten) met zijn vuurwapen een schot heeft gelost. Mogelijk is er die dag op een eerder tijdstip door [slachtoffer] met zijn vuurwapen geschoten (er was een niet uitgeworpen huls in het wapen van [slachtoffer] aanwezig), maar dat was dan niet op de plaats waar verdachte op [slachtoffer] heeft geschoten.
De verklaring van verdachte dat hij zeer angstig was voor het slachtoffer en daarom tot zijn handelen is gekomen strookt niet met het gedrag van verdachte, te weten het achterna rijden van een persoon van wie hij dacht dat het [slachtoffer] was zonder dit zeker te weten, het uitstappen in het park en naar diens auto toe lopen, het vervolgens weer achtervolgen van [slachtoffer] en het wederom uitstappen en op [slachtoffer] afgaan, nadat verdachte hem voor 100 % had herkend als [slachtoffer].
De omstandigheid dat [slachtoffer] in de auto is blijven zitten, nadat verdachte met een doorgeladen en op scherp gezet vuurwapen op de auto van [slachtoffer] was afgelopen en hij [slachtoffer] had aangeroepen uit de auto te komen en [slachtoffer] dat niet deed, zonder dat aannemelijk is geworden dat [slachtoffer] toen vanuit zijn auto op verdachte schoot, maakt naar het oordeel van het hof dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van verdachte. Er was aldus geen sprake van een noodweersituatie.
Het hof verwerpt het verweer.
Er is ook overigens geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluit, zodat dit feit strafbaar is.

Strafbaarheid van de verdachte

Noodweer exces
Het feit dat naar het oordeel van het hof geen sprake is geweest van een noodweersituatie staat een beroep op noodweerexces in de weg. Daarom verwerpt het hof het beroep op noodweerexces.
Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Weliswaar is door de verdediging een rapportage in het geding gebracht van de door de verdediging ingeschakelde psychiater De Jong, maar de inhoud daarvan kan in de ogen van het hof niet tot de conclusie leiden dat het tenlastegelegde feit verdachte niet kan worden toegerekend, waarop door de verdediging overigens ook geen beroep is gedaan.”
7.
Het middel keert zich tegen de overweging van het hof dat “er geen feitelijkheden of objectieve aanwijzingen zijn” die bevestigen dat [slachtoffer] op dat tijdstip en op die betreffende plek met zijn vuurwapen een schot heeft gelost. Dit oordeel is in het licht van hetgeen de rechtbank eerder heeft vastgesteld en hetgeen door en namens de verdachte in hoger beroep naar voren is gebracht onbegrijpelijk, aldus de steller van het middel.
8.
Met voornoemde overweging heeft het hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de door de verdediging naar voren gebrachte omstandigheden onvoldoende steun bieden voor het scenario waarin door [slachtoffer] als eerste een schot is gelost op de verdachte en dat derhalve dit scenario niet aannemelijk is geworden. De klacht over de begrijpelijkheid van dit oordeel stuit af op de aan het hof als feitenrechter voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal.
9.
Voor zover het middel klaagt over de bewezenverklaring van de voorbedachte raad kan het gelet op het voorgaande evenmin tot cassatie leiden, nu die klacht enkel berust op de door het hof verworpen feitelijke lezing dat het slachtoffer [slachtoffer] op de verdachte heeft geschoten.
10.
Het middel faalt en kan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering worden afgedaan.
11.
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.
12.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG