ECLI:NL:HR:2014:366

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2014
Publicatiedatum
18 februari 2014
Zaaknummer
13/00588
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 Sr (oud)
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken verificatie terugkeerprocedure bij veroordeling art. 197 Sr

De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr. In cassatie klaagde de verdachte dat het hof niet had vastgesteld dat de stappen van de terugkeerrichtlijn waren doorlopen, zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.

De Hoge Raad bevestigde in zijn arrest van 21 mei 2013 dat bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens overtreding van art. 197 (oud) Sr de rechter zich ervan moet vergewissen dat de terugkeerprocedure conform de richtlijn is gevolgd en dit in de motivering moet vermelden.

In het bestreden arrest ontbrak deze verificatie, waardoor het middel van de verdachte gegrond werd verklaard. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

18 februari 2014
Strafkamer
nr. S 13/00588
EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 juli 2012, nummer 20/001975-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van het zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt dat dat uit het bestreden arrest niet blijkt dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen.
2.2.
In zijn arrest van 21 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY3151, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de rechter die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr, zich ervan dient te vergewissen dat de stappen van de in de terugkeerrichtlijn vastgelegde terugkeerprocedure zijn doorlopen en daarvan in de motivering van zijn beslissing dient blijk te geven.
2.3.
Wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr is de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen.
2.4.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2014.