ECLI:NL:HR:2014:362

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2014
Publicatiedatum
18 februari 2014
Zaaknummer
13/00294
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 272 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens opzettelijke schending ambtsgeheim

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake opzettelijke schending van een ambtsgeheim, zoals bedoeld in artikel 272 Sr Pro. De advocaat van de verdachte diende middelen van cassatie in, waarop de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De raadsman reageerde schriftelijk hierop.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nodig was omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaak gaven.

Hierop werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), W.F. Groos en V. van den Brink, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 18 februari 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

18 februari 2014
Strafkamer
nr. 13/00294
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2012, nummer 20/003539-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. I.A. van Straalen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2014.