Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 17 februari 2012 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de raadsman de gelegenheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over een aan het dossier toegevoegd stuk door de Advocaat-Generaal. Na ontvangst van deze reactie heeft de Hoge Raad het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Daarop heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest uitgesproken op 18 februari 2014 door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.