Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Namens verdachte heeft de advocaat een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering vereist is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Groos, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 18 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.