Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Inleiding
4.Ontvankelijkheid van de officieren van justitie
aangifte doenzijn gebruikt, hetgeen de verdediging als onnodig criminaliserend heeft opgevat, maakt dat oordeel niet anders. De rechtbank acht het namelijk niet aannemelijk dat het de nuance is tussen de betekenis van het woord melding en het woord aangifte, die maakt dat er door een gedupeerde wel of niet contact wordt opgenomen met de autoriteiten. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het mediaoptreden niet tot een vormverzuim heeft geleid.
5.Algemene bewijsoverweging
6.Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1
7.Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2
chirurgaan artsen met de betreffende titel is voorbehouden. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet BIG is het degene wie het recht tot het voeren van een krachtens deze wet erkende specialisten-titel niet toekomt op grond van het eerste lid, verboden deze titel of een daarop gelijkende benaming te voeren. Verdachte, die een arts, maar geen chirurg was, mocht dan ook die titel niet voeren.
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
- [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 19.262.49;
- [slachtoffer 7] tot een bedrag van € 16.374,78;
- [slachtoffer 4] tot een bedrag van € 11.840,67;
- [slachtoffer 6] tot een bedrag van € 105.643,02;
- [slachtoffer 5] tot een bedrag van € 120.290,00;
- [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 22.106,80;
- [slachtoffer 10] tot een bedrag van € 16.448,00;
- [slachtoffer 9] tot een bedrag van € 18.106,57.