Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:2818

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2014
Publicatiedatum
25 september 2014
Zaaknummer
14/01886
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over navorderingsaanslagen

Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West Brabant over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over meerdere jaren. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft deze beroepen behandeld en uitspraak gedaan op 7 maart 2014.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoud. Daarbij is geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten geen kans van slagen hebben.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld en de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of geen kans op slagen.

Uitspraak

26 september 2014
Nr. 14/01886
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 7 maart 2014, nrs. 13/00550 t/m 13/00561, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West Brabant (nrs. AWB 11/3918 t/m AWB 11/3929) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 1997 tot en met 2005 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede over de jaren 1998 tot en met 2000 opgelegde navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting, en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2014.