Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 7 februari 2014, nr. 13/03897, ECLI:NL:HR:2014:237.
Hoge Raad
Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van een eerder arrest van 7 februari 2014. De griffier wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze betaling bleef uit.
De griffier gaf belanghebbende vervolgens de gelegenheid om redenen voor de termijnoverschrijding te geven, maar hierop werd niet gereageerd. De door belanghebbende eerder aangevoerde argumenten werden niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad achtte geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de genoemde raadsheren en griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en het ontbreken van geldige redenen voor termijnoverschrijding.