Conclusie
[verdachte]
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van feit 4 en behelst de klacht dat het Hof het verweer “dat de verdachte nimmer bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat ten gevolge van zijn handelingen een ruit zou worden vernield” onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
Verweer ten aanzien van feit 4
tweede middelklaagt over het oordeel van het Hof om verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen ten aanzien van het bewezenverklaarde feit 1, zodat de strafoplegging met onvoldoende redenen is omkleed.
derde middelklaagt over de ontbrekende, althans ontoereikende motivering van het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bij de veroordeling opgelegde bijzondere voorwaarden.
bij de Hoge Raad der Nederlanden