Uitspraak
Maatschap [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 februari 2013, nr. 12/00322, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een maatschap bestaande uit twee personen, stelde een werkkamer in hun woning duurzaam ter beschikking aan de vennootschap waarvan één van hen directeur-grootaandeelhouder is. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij oordeelde dat de verhuur geen economische activiteit was. Zowel de Rechtbank als het Hof bevestigden deze naheffingsaanslag, waarbij het Hof oordeelde dat er geen markt was voor deze verhuur aan de eigen besloten vennootschap.
In cassatie stelde belanghebbende dat de terbeschikkingstelling van de werkkamer wel degelijk een economische activiteit is. De Hoge Raad overwoog dat het begrip economische activiteit ruim moet worden uitgelegd en dat het objectief moet worden beoordeeld, zonder acht te slaan op het oogmerk of resultaat. Omdat de werkkamer duurzaam tegen vergoeding werd ter beschikking gesteld aan een derde (de BV), is sprake van een economische activiteit volgens de BTW-richtlijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom het oordeel van het Hof en de eerdere uitspraken, vernietigde de naheffingsaanslag en bepaalde dat de Staatssecretaris en Inspecteur de proceskosten moeten vergoeden. Hiermee werd bevestigd dat ook verhuur aan een eigen BV onder de omzetbelasting valt indien deze duurzaam en tegen vergoeding plaatsvindt.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat de terbeschikkingstelling van de werkkamer aan de eigen BV een economische activiteit betreft.