Uitspraak
Maatschap [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 13 maart 2012, nr. 11/00477, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een maatschap bestaande uit echtgenoten, stelde ruimten in hun woonhuis duurzaam ter beschikking aan een vennootschap waarvan een van hen directeur en enig aandeelhouder is. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat zij meende dat geen sprake was van een economische activiteit. Zowel de rechtbank als het hof Arnhem bevestigden dit standpunt.
Het hof oordeelde dat de verhuur van de ruimten los moest worden gezien van de werkzaamheden van de directeur in loondienst en dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast om aan te tonen dat sprake was van duurzame terbeschikkingstelling tegen vergoeding. Het hof vond een enkele stelling dat de ruimten geschikt waren onvoldoende.
De Hoge Raad stelt dat het begrip economische activiteit ruim en objectief moet worden uitgelegd. Als een zaak uitsluitend geschikt is voor economische exploitatie, is dat voldoende om aan te nemen dat deze duurzaam wordt geëxploiteerd. Indien een zaak zowel voor privé- als economische doeleinden kan worden gebruikt, moeten alle exploitatieomstandigheden worden onderzocht.
De Hoge Raad oordeelt dat indien belanghebbende aannemelijk maakt dat de ruimten duurzaam en tegen vergoeding ter beschikking zijn gesteld en ook daadwerkelijk zo worden gebruikt, dit voldoende is om te spreken van een economische activiteit. Het hof heeft dit onjuist beoordeeld en daarom wordt het arrest vernietigd en verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en belanghebbende krijgt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.