Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
13 mei 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor verkrachting wegens het afgedwongen ondergaan van een handeling waarbij hij zijn tong in de mond van het slachtoffer bracht, onder dreiging en geweld. De Hoge Raad oordeelde dat volgens een eerder arrest een afgedwongen tongzoen niet langer als verkrachting in de zin van art. 242 Sr Pro kan worden gekwalificeerd.
Het hof had het bewezenverklaarde ten onrechte als verkrachting aangemerkt. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de tenlastelegging en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting binnen het bestaande hoger beroep.
Andere middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot rechtsontwikkeling of rechtseenheid. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 13 mei 2014.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie van een afgedwongen tongzoen als verkrachting en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.