ECLI:NL:HR:2013:CA3936
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens onvoldoende onafhankelijkheid psychiater
Betrokkene was op grond van een last tot inbewaringstelling opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling, onderbouwd met een geneeskundige verklaring van een psychiater die eerder behandelend psychiater van betrokkene was.
De raadsman van betrokkene voerde aan dat de verklaring niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat de psychiater niet onafhankelijk was. De rechtbank verleende desalniettemin de machtiging, stellende dat de psychiater voldoende onafhankelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie een psychiater pas als niet-behandelend en dus onafhankelijk kan worden beschouwd als er ten minste een jaar verstreken is sinds het laatste behandelcontact. Dit was hier niet het geval, waardoor de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de psychiater als onafhankelijk kon worden aangemerkt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Limburg voor verdere behandeling en beslissing.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een onafhankelijk medisch oordeel bij gedwongen opnameprocedures om de rechtsbescherming van betrokkene te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voortzetting van de inbewaringstelling wegens onvoldoende onafhankelijkheid van de psychiater en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.