ECLI:NL:PHR:2013:CA3936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eisen onafhankelijke psychiater bij machtiging voortzetting inbewaringstelling Wet Bopz
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling op grond van de Wet Bopz had verleend. De betrokkene was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en de machtiging was gebaseerd op een geneeskundige verklaring van een psychiater die tot 5 december 2012 behandelend psychiater was geweest, maar sindsdien niet meer.
De Hoge Raad stelt vast dat volgens vaste jurisprudentie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een objectief medisch onderzoek door een onafhankelijke psychiater vereist is voor vrijheidsbeneming. Daarbij geldt als vuistregel dat ten minste een jaar moet zijn verstreken sinds het laatste behandelcontact voordat een psychiater als niet-behandelend kan worden aangemerkt.
In deze zaak was tussen het einde van de behandelrelatie en de verklaring minder dan een jaar verstreken. De rechtbank had dit onvoldoende gemotiveerd en onterecht geoordeeld dat de psychiater niet meer behandelend was. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Limburg voor een nieuwe beslissing.
Het arrest benadrukt het belang van een onafhankelijke medische beoordeling ter waarborging van het grondrecht op vrijheid en sluit aan bij eerdere jurisprudentie over de eisen aan psychiatrisch onderzoek voorafgaand aan vrijheidsbeneming.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens onjuiste beoordeling van de onafhankelijkheid van de psychiater en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.