ECLI:NL:HR:2013:BZ2959
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Onjuiste omzetting van voorwaardelijke jeugddetentie in gevangenisstraf door gerechtshof
In deze zaak stond de omzetting van een voorwaardelijke jeugddetentie in een gevangenisstraf centraal. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch had de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden gelast en deze omgezet in een gevangenisstraf van 76 dagen, met aftrek van 14 dagen die reeds waren uitgevoerd.
De verdachte was veroordeeld tot voorwaardelijke jeugddetentie, maar had zich tijdens de proeftijd schuldig gemaakt aan een nieuw strafbaar feit. Het openbaar ministerie verzocht daarom om tenuitvoerlegging van de straf. Het hof besloot de voorwaardelijke straf om te zetten in een gevangenisstraf vanwege de leeftijd van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onjuist had geoordeeld dat het bij de last tot tenuitvoerlegging de straf kon vervangen door een gevangenisstraf op grond van art. 77k Sr. Dit oordeel was in strijd met eerdere jurisprudentie (HR 23 maart 2004, LJN AO1751). De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het hof deze omzetting had bevolen, maar verstond dat het hof de tenuitvoerlegging van de oorspronkelijke voorwaardelijke jeugddetentie had gelast.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee dat de omzetting van voorwaardelijke jeugddetentie in gevangenisstraf niet kan worden bevolen bij de last tot tenuitvoerlegging, maar dat de oorspronkelijke straf ten uitvoer moet worden gelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de omzetting van voorwaardelijke jeugddetentie in gevangenisstraf gelastte en bevestigt de tenuitvoerlegging van de oorspronkelijke straf.