ECLI:NL:HR:2013:BZ1879

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
10/01369bis
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EEG) nr. 2658/87Verordening (EG) nr. 1719/2005
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Indeling trappelzakken voor baby's en jonge kinderen onder de Gecombineerde Nomenclatuur

Deze zaak betreft de juiste douane-indeling van trappelzakken voor baby's en jonge kinderen volgens de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarin het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat trappelzakken geschikt voor kinderen tot 86 cm moeten worden ingedeeld onder post 6209 20 00, en anders onder 6211 42 90.

Het geschil ontstond na een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, waarna de Hoge Raad prejudiciële vragen stelde aan het Hof van Justitie. Op basis van de feiten vastgesteld door het Hof concludeert de Hoge Raad dat de trappelzakken voor baby's geschikt zijn voor kinderen tot 86 cm en derhalve onder 6209 20 00 vallen. De trappelzakken voor jonge kinderen zijn niet geschikt voor deze lichaamslengte en vallen onder 6211 42 90.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en wijst het beroep van belanghebbende af. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee is de indeling van de producten definitief vastgesteld volgens de geldende douaneregelgeving en het arrest van het Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de indeling van trappelzakken onder de GN bevestigd.

Uitspraak

22 februari 2013
Nr. 10/01369bis
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van Lowlands Design Holding B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 maart 2010, nr. P09/00026 DK, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij na te melden arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vraag.
1. Ontstaan en loop van het geding
Voor een overzicht van het ontstaan en de loop van het geding tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 23 september 2011, nr. 10/01369, LJN BO6782, BNB 2011/261, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vraag.
Bij arrest van 6 september 2012, Lowlands Design Holding B.V., C-524/11, BNB 2012/294, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vraag, voor recht verklaard:
"De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1719/2005 van de Commissie van 27 oktober 2005, moet aldus worden uitgelegd dat trappelzakken als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, moeten worden ingedeeld onder postonderverdeling 6209 20 00 als 'kleding en kledingtoebehoren, voor baby's, van katoen', wanneer zij op grond van hun afmetingen geschikt zijn voor kinderen met een lichaamslengte van niet meer dan 86 cm. Indien dit niet het geval is, dienen zij te worden ingedeeld onder postonderverdeling 6211 42 90, als 'andere kleding, voor dames of voor meisjes, van katoen'."
2. Nadere beoordeling van het middel
2.1. Volgens de hiervoor in onderdeel 1 opgenomen verklaring voor recht worden de onderhavige trappelzakken ingedeeld onder postonderverdeling 6209 20 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN) wanneer zij op grond van hun afmetingen geschikt zijn voor kinderen met een lichaamslengte van niet meer dan 86 cm, en wanneer dit laatste niet het geval is onder postonderverdeling 6211 42 90 van de GN.
2.2. De door het Hof vastgestelde feiten laten geen andere conclusie toe dan dat de in het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest van de Hoge Raad bedoelde producten voor baby's enkel geschikt zijn voor kinderen met een lichaamslengte van niet meer dan 86 cm, zodat zij moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 6209 20 00 van de GN.
2.3. Voorts laten de door het Hof vastgestelde feiten geen andere conclusie toe dan dat de in het arrest van de Hoge Raad bedoelde producten voor jonge kinderen niet geschikt zijn voor de hiervoor in 2.2 bedoelde kinderen, zodat deze producten moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 6211 42 90 van de GN.
2.4. Gelet op het vorenstaande faalt het middel.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, C.B. Bavinck, E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2013.