ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7573
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- A.P.M. van Rijn
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefindeling kinderslaapzakken onder Gecombineerde Nomenclatuur
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen bindende tariefinlichtingen (BTI’s) van de inspecteur waarin kinderslaapzakken werden ingedeeld onder post 6209 20 00 (kleding voor baby’s) en 6211 42 90 (andere kleding voor jonge kinderen) van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond, en het hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil betreft de juiste classificatie van een product dat door belanghebbende als slaapzak wordt aangeduid, maar dat volgens de inspecteur en rechtbank kenmerken vertoont van kleding, zoals een nauwsluitende halsopening, afritsbare mouwen, armsgaten en een ritssluiting. Het hof benadrukt dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product bepalend zijn voor de indeling, niet de handelsbenaming of het gebruik.
Het hof verwijst naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de toelichtingen bij de GN, die aangeven dat babyslaapzakken met mouwen en armsgaten onder post 6209 vallen. Voor de grotere variant, bestemd voor jonge kinderen, geldt indeling onder post 6211 42 90. De door belanghebbende aangevoerde indeling onder post 9404 30 00 (slaapzakken) wordt verworpen, mede omdat slaapzakken niet de kledingkenmerken vertonen die het product wel heeft.
De Douanekamer acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de producten worden ingedeeld onder de posten 6209 20 00 en 6211 42 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur.