ECLI:NL:HR:2013:BW9757
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over aftrekbaarheid omzetbelasting bij gemengd gebruik stadskantoor door gemeente
Belanghebbende, een gemeente, heeft btw teruggaaf gevraagd over de bouw van een stadskantoor dat voor 94% wordt gebruikt voor overheidshandelingen en voor 6% voor belaste en vrijgestelde prestaties. De Inspecteur verleende gedeeltelijke teruggaaf, het Hof verklaarde het beroep ongegrond met toepassing van een evenredige aftrek van 6%.
De Hoge Raad stelt de vraag of artikel 5, lid 7, aanhef en letter a, van de Zesde richtlijn zo moet worden uitgelegd dat volledige aftrek mogelijk is, ondanks het overheersende niet-belaste gebruik, of dat de aftrek beperkt is tot het deel dat voor belaste prestaties wordt gebruikt. De zaak betreft de uitleg van het begrip 'beschikken voor bedrijfsdoeleinden' bij gemengd gebruik.
De Hoge Raad overweegt dat het arrest gemeente Vlaardingen relevant is en dat het Hof van Justitie moet beslissen over de uitleg van de richtlijn in deze context. De Hoge Raad schorst de procedure en legt de prejudiciële vraag voor, waarmee zij verdere beslissing aanhoudt totdat het Europese Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie en schorst de procedure.