ECLI:NL:HR:2013:874

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2013
Publicatiedatum
7 oktober 2013
Zaaknummer
13/02117
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 8:88 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken nieuwe feiten

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een eerder arrest van de Hoge Raad van 30 november 2012. Belanghebbende heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) om het arrest te herzien.

De Hoge Raad heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:88, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die een grond voor herziening kunnen vormen. Hierdoor rechtvaardigt het verzoek geen behandeling in cassatie en kan het niet leiden tot herziening van het arrest.

Gezien deze overwegingen en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 4 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren van Loon, Fierstra en Koopman.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

4 oktober 2013
nr. 13/02117
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 30 november 2012, nr. 12/02402, ECLI:NL:HR:2012:BY4569.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2013.