Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:784

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2013
Publicatiedatum
26 september 2013
Zaaknummer
13/01714
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 sub a FwArt. 288 lid 2 sub b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt weigering toelating WSNP na poging minnelijke regeling

In deze zaak vordert verzoeker cassatie tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat de weigering van zijn toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) bevestigt. De rechtbank Oost-Brabant had eerder een vonnis gewezen dat eveneens de toelating weigerde.

De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker voldoende pogingen heeft ondernomen tot een minnelijke regeling met schuldeisers, zoals vereist is op grond van artikel 288 van Pro de Faillissementswet (Fw). Het gerechtshof heeft geoordeeld dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 288 lid 1 sub a Fw Pro, ondanks de door hem ondernomen pogingen.

De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De Hoge Raad stelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door vice-president Bakels op 27 september 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van toelating tot de WSNP blijft in stand.

Uitspraak

27 september 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01714
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/01/253963/FT-RK 12.1724 van de rechtbank Oost-Brabant van 11 januari 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.120.378/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 23 juli 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op
27 september 2013.