Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
27 september 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert verzoeker cassatie tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat de weigering van zijn toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) bevestigt. De rechtbank Oost-Brabant had eerder een vonnis gewezen dat eveneens de toelating weigerde.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker voldoende pogingen heeft ondernomen tot een minnelijke regeling met schuldeisers, zoals vereist is op grond van artikel 288 van Pro de Faillissementswet (Fw). Het gerechtshof heeft geoordeeld dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 288 lid 1 sub a Fw Pro, ondanks de door hem ondernomen pogingen.
De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De Hoge Raad stelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door vice-president Bakels op 27 september 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van toelating tot de WSNP blijft in stand.