Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 september 2013.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de resultaten van fotoconfrontaties uitgesloten moesten worden omdat de gebruikte politiefoto’s van de verdachte na diens vrijspraak onrechtmatig in het politieregister waren bewaard. De verdachte was betrokken bij geweldpleging in het supportershome van ADO/FC Den Haag en werd in hoger beroep veroordeeld.
De verdediging stelde dat de foto’s, genomen in 2001, verwijderd hadden moeten worden uit het politieregister Supporters/evenementenbegeleiding District 7, omdat de verdachte was vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging. Dit zou leiden tot een vormverzuim en uitsluiting van bewijs. De Hoge Raad oordeelde echter dat het bewaren van de foto’s rechtmatig was, omdat de verdachte niet als onverdachte persoon in de zin van artikel 5a Wet politieregisters kon worden aangemerkt en de bewaartermijn van tien jaar nog niet was verstreken.
Daarnaast concludeerde de Hoge Raad dat het tonen van de foto’s aan getuigen in het opsporingsonderzoek geen ernstige schending van strafvorderlijke voorschriften of rechtsbeginselen opleverde die uitsluiting van bewijs rechtvaardigen. Ook werd benadrukt dat vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging niet automatisch betekent dat alle gegevens verwijderd moeten worden, omdat deze nog van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de politietaak en het voorkomen van verstoring van de openbare orde.
Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef het bewijs verkregen via de fotoconfrontaties geldig.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het bewijs van de fotoconfrontaties niet uitgesloten hoeft te worden ondanks het bewaren van politiefoto’s na vrijspraak.