Belanghebbende was aansprakelijk gesteld voor de helft van de belastingschulden van haar echtgenoot over de jaren 1997 tot en met 1999. Na diverse procedures bij Rechtbank en Hof, waarbij de zaak werd terugverwezen en herbeoordeeld, kwam de Hoge Raad in cassatie tot de conclusie dat de belastingschulden niet verknocht zijn aan de echtgenoot.
De Hoge Raad oordeelde dat de belastingschulden niet buiten de gemeenschap vallen omdat de aandelen van de BV, waaruit de winstuitdelingen voortvloeiden, tot de huwelijksgemeenschap behoorden. Het feit dat de inkomsten uit strafbare feiten zouden zijn verkregen, maakt dit niet anders. De Hoge Raad verwierp het verweer dat de schulden verknocht zouden zijn en bevestigde het oordeel van het Hof.
De Hoge Raad wees ook op eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat belastingschulden niet automatisch verknocht zijn aan een echtgenoot. De procedurekosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.