ECLI:NL:HR:2012:BY0269
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer grote hoeveelheid opium in Nederland
De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van circa 51,5 kilogram opium in Nederland. De feiten betreffen twee zendingen van stenen zuilen met daarin opium, afkomstig uit Teheran en aangekomen op Schiphol in 2008 en 2009.
Het hof stelde vast dat verdachte de zendingen op verzoek van de afzender heeft ingeklaard en vervoerd, en dat hij telefonische contacten had waarin versluierend taalgebruik werd gehanteerd. Daarnaast was er een bijzondere modus operandi die beide zendingen verbond en getuigenverklaringen die verdachte direct koppelden aan de invoer. De verdediging voerde onder meer aan dat het opzet van verdachte slechts gericht was op het vervoer van 10 gram opium, maar het hof oordeelde dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met onbekende derden om de gehele partij binnen te brengen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het opzet onvoldoende was gemotiveerd en bevestigde dat medeplegen kon worden aangenomen ondanks het ontbreken van concrete aanwijzingen over de voorbereiding door verdachte zelf. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van het binnenbrengen van circa 51,5 kilogram opium.