ECLI:NL:HR:2012:BY0215
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bewijsuitsluiting bij vrijwillige verstrekking bewakingsbeelden zonder vordering officier van justitie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake diefstal met braak. Kern van het geschil is de rechtmatigheid van het gebruik van bewakingsbeelden die zonder formele vordering van de officier van justitie aan de politie zijn verstrekt.
De verdachte stelde dat de beelden onrechtmatig waren verkregen omdat geen vordering ex art. 126nd Wetboek van Strafvordering was gedaan, en dat daardoor het bewijs uitgesloten moest worden. Het hof oordeelde echter dat de beelden vrijwillig en eigener beweging door de verantwoordelijke voor de bewakingscamera waren verstrekt, zodat geen vordering vereist was.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat vrijwillige verstrekking van beeldmateriaal door de verantwoordelijke voor de camera's toegestaan is op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), met name art. 8 en Pro art. 43 in Pro verbinding met art. 9 Wbp Pro, mits het niet gaat om overdracht tussen bestuursorganen.
Het beroep van de verdachte wordt verworpen en het gebruik van de beelden als bewijs blijft toegestaan. Hiermee wordt bevestigd dat het ontbreken van een formele vordering niet automatisch leidt tot bewijsuitsluiting wanneer sprake is van vrijwillige verstrekking door een verantwoordelijke buiten het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en het bewijs van de vrijwillig verstrekte bewakingsbeelden blijft toegelaten.