ECLI:NL:PHR:2013:2123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van opsporingsberichtgeving via internet na voetbalrellen
Op 4 december 2011 vonden in en rond stadion De Galgenwaard te Utrecht ongeregeldheden plaats tijdens een voetbalwedstrijd tussen FC Utrecht en FC Twente. Verdachte werd veroordeeld voor het plegen van geweld in vereniging. In hoger beroep werd het gebruik van opsporingsberichtgeving via internet ter discussie gesteld, met name de rechtmatigheid van het tonen van camerabeelden van verdachte op internet.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 2 van Pro de Politiewet 1993 in samenhang met artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering een toereikende wettelijke grondslag vormen voor het tonen van dergelijke beelden. De proportionaliteit van dit opsporingsmiddel werd door het hof beoordeeld als passend, gezien de ernst van de feiten, de maatschappelijke verontwaardiging, en het ontbreken van alternatieve opsporingsmiddelen.
Verder werd erkend dat bezoekers van het stadion door het aanschaffen van een toegangsbewijs in ruime mate afstand doen van hun portretrecht en persoonlijke levenssfeer, zoals vastgelegd in de standaardvoorwaarden van de KNVB. Hoewel de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet uitgebreid werd onderzocht, achtte de Hoge Raad de inzet van opsporingsberichtgeving proportioneel en niet onrechtmatig.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het gebruik van opsporingsberichtgeving via internet in deze zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het tonen van camerabeelden op internet is rechtmatig en proportioneel.