ECLI:NL:HR:2012:BW7945
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving betekening inleidende dagvaarding
In deze strafzaak stond de geldigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding centraal. Verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, werd bij verstek veroordeeld. Uit het proces-verbaal bleek dat verdachte een adres van zijn vriendin had opgegeven als feitelijke verblijfplaats.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de griffier van de rechtbank, omdat geen woon- of verblijfplaats bekend was. De Hoge Raad herhaalde de relevante jurisprudentie dat onbekendheid van een feitelijke verblijfplaats niet kan worden aangenomen indien niet is getracht de dagvaarding aan een redelijkerwijs als verblijfplaats aan te merken adres uit te reiken.
Omdat uit de stukken niet bleek dat de dagvaarding aan het bekende adres van de vriendin was aangeboden, oordeelde de Hoge Raad dat de betekening niet rechtsgeldig was. Het arrest van het hof werd vernietigd en de dagvaarding nietig verklaard. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens onjuiste betekening.