ECLI:NL:HR:2012:BW7477

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00628
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot faillietverklaring ontbonden rechtspersoon afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot faillietverklaring van een ontbonden rechtspersoon centraal. De Vereniging Haagsche City Tax (VHCT) en de Belangenvereniging City Tax (BCT) hadden cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het verzoek was afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelt het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden voor BCT en verworpen voor VHCT op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering achterwege kan blijven omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot faillietverklaring van de ontbonden rechtspersoon afgewezen.

Uitspraak

13 juli 2012
Eerste Kamer
12/00628
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. VERENIGING HAAGSCHE CITY TAX,
gevestigd te 's-Gravenhage,
2. DE BELANGENVERENIGING CITY TAX,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Visser,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. HAAGSCHE CITY TAX (H.C.T.) B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.D. Hartgring.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als VHCT, BCT en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 405440/FT-RK 11.2934 van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 november 2011;
b. het arrest in de zaak 200.097.681/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 januari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben VHCT en BCT beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van BCT in haar cassatieberoep en ten aanzien van VHCT tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van VHCT en BCT heeft bij brief van 3 juli 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren .A. Streefkerk, W.D.H. Asser, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 juli 2012.