ECLI:NL:HR:2012:BW5401
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en verliesverrekening
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 2003, inclusief heffingsrente. De rechtbank vernietigde deze aanslag en de heffingsrente omdat de inspecteur ten tijde van oplegging wist dat het bedrag na verliesverrekening nihil zou zijn. De Hoge Raad oordeelt echter dat volgens de wettelijke systematiek van de Wet op de vennootschapsbelasting eerst de aanslag moet worden vastgesteld en daarna het verlies van het volgende jaar verrekend.
De Hoge Raad benadrukt dat het niet is toegestaan bij het opleggen van de aanslag al rekening te houden met het verlies van een later jaar, omdat dit in strijd is met artikel 21 van Pro de Wet. Tevens wijst de Hoge Raad op het zorgvuldigheidsbeginsel en de mogelijkheid tot matiging van heffingsrente bij onredelijke vertraging door de inspecteur.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar de rechtbank te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.