ECLI:NL:HR:2012:BV3409
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late betaling griffierecht
In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank. Volgens artikel 3 lid 4 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift zijn voldaan, uiterlijk op 29 december 2011. Het griffierecht werd echter pas op 5 januari 2012 ontvangen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
De advocaat van verzoeker voerde aan dat door aanloopproblemen bij de invoering van het nieuwe griffierechtenstelsel sprake was van miscommunicatie, waardoor de betaling te laat plaatsvond. Hij deed een beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv om het verzuim als verschoonbaar te laten aanmerken.
De Hoge Raad verwierp dit beroep op de hardheidsclausule omdat in cassatie partijen altijd door een advocaat worden vertegenwoordigd, die geacht wordt op de hoogte te zijn van de termijnen en de gevolgen van overschrijding daarvan. De omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.